Oeroude roofdier
De wolf is een van de oudste roofdieren op het noordelijk halfrond. Het dier stamt af van wilde hondachtigen die zich honderdduizenden jaren geleden over Europa, Azië en Noord Amerika verspreidden. In veel culturen kreeg de wolf een symbolische betekenis als beschermer, jager of gevaar. In Nederland verdween de soort in de negentiende eeuw door intensieve jacht en verdwijnen van leefgebied. De laatste jaren trekt de wolf vanuit Duitsland opnieuw onze grenzen over.
Verspreiding nu
Wereldwijd leeft de wolf in grote delen van Europa en Azië en in gedeelten van Noord Amerika. In Europa komt het dier onder meer voor in Duitsland, Frankrijk, Polen, Italië, Spanje, Scandinavië en de Balkan. Vanuit Oost Duitsland en Polen breiden roedels langzaam richting Nederland en België uit. Ook in dichtbevolkte landen vindt de wolf zijn plek als er rust en voldoende prooien zijn. De recente vestiging op de Veluwe laat zien dat ook Nederland weer deel uitmaakt van het leefgebied.
Voedsel en jacht
De wolf is een uitgesproken vleeseter en jaagt vooral op middelgrote zoogdieren. Ree, edelhert, wild zwijn en damhert vormen in Europa het grootste deel van zijn menu. In agrarische gebieden kan de wolf ook schapen of geiten aanvallen als wild schaars is of vee slecht beschermd is. Kleinere prooien zoals hazen, vogels en muizen worden vooral door solitaire dieren benut. De wolf eet gemiddeld enkele kilo vlees per dag maar kan langere tijd met minder toe.
Leefgebied en territorium
Een wolf heeft behoefte aan rust, dekking en voldoende prooien. Bossen, heidevelden en uitgestrekte natuurgebieden vormen daarom geschikt leefgebied. In Nederland zijn vooral de Veluwe en Drents Friese Wold aantrekkelijk. Een roedel verdedigt een uitgestrekt territorium dat kan variëren van enkele tientallen tot honderden vierkante kilometers. Het territorium wordt met urine en uitwerpselen gemarkeerd en dagelijks gepatrouilleerd. Jonge wolven trekken weg om elders een eigen gebied en partner te vinden.
Leefwijze van roedel
Wolven leven meestal in een roedel met een dominant ouderpaar en hun nakomelingen van verschillende jaren. Deze sociale structuur maakt gecoördineerde jacht op grote prooien mogelijk. Binnen de roedel bestaan duidelijke rangordes die conflicten beperken. Communicatie verloopt via lichaamstaal, geuren en gehuil. In gebieden waar de wolf wordt vervolgd zijn roedels vaak kleiner en leven meer dieren alleen of in tweetallen.
Voortplanting en leeftijd
De voortplanting van de wolf kent een duidelijke kraamtijd. In onze streken werpt het vrouwtje meestal tussen april en mei. Na een draagtijd van ongeveer twee maanden worden vier tot zes welpen geboren in een beschutte burcht. De gehele roedel helpt mee met het grootbrengen en voeren van de jongen. In het wild wordt een wolf gemiddeld zes tot acht jaar, maar sommige dieren halen meer dan tien jaar. In gevangenschap kunnen wolven ouder worden door betere voeding en medische zorg.
Uiterlijk en herkenning
Een wolf lijkt op een forse herdershond maar heeft enkele duidelijke kenmerken. Het dier heeft lange poten, een krachtige borst en een relatief smalle buik. De kop is breed met schuine ogen en rechtopstaande oren. De rug toont vaak een grijzig bruine vacht met donkere aalstreep en de staart hangt recht naar beneden met een donkere punt. De wolf beweegt zich doelgericht met een gelijkmatige draf terwijl honden vaker speels zigzaggen. Sporen zijn langwerpig en recht in lijn geplaatst.
Bedreigingen voor soort
Hoewel de wolf zich in Europa herstelt, blijft de soort kwetsbaar. Verkeersslachtoffers vormen een belangrijke doodsoorzaak in drukke landen zoals Nederland. Illegale afschot en vergiftiging drukken lokaal nog steeds op populaties. Versnippering van leefgebied door wegen en bebouwing belemmert uitwisseling tussen roedels. Daarnaast kan conflict met veehouders leiden tot roep om bestrijding. Bescherming, schadepreventie en goede voorlichting zijn daarom cruciaal voor een stabiele toekomst van de wolf in Nederland.
