Oorsprong
Het konijn heeft een lange geschiedenis die miljoenen jaren teruggaat. De moderne soort, het Europese konijn, komt oorspronkelijk uit Zuidwest-Europa en Noord-Afrika. Fossielen tonen aan dat zijn voorouders zich al vroeg aanpasten aan droge, rotsachtige gebieden. Van daaruit verspreidde het dier zich geleidelijk over het Europese continent. Door menselijke invloed belandde het later ook in andere delen van de wereld, zoals Australië en Amerika, waar het zich razendsnel vermenigvuldigde.
Leefgebieden
Konijnen blijken bijzonder veelzijdig in hun keuze van leefomgeving. Ze voelen zich thuis op graslanden, duinen, bosranden en akkers. In Nederland vind je wilde konijnen vooral in gebieden met zandgrond, waar ze gemakkelijk holen kunnen graven. Hun ondergrondse gangenstelsels, de burchten, bieden bescherming tegen roofdieren en slechte weersomstandigheden. In stedelijke omgevingen weten ze zich eveneens aan te passen, al krijgen ze daar vaker te maken met verkeer en menselijke verstoring.
Verspreiding
Door menselijk handelen is het konijn nu op vrijwel elk continent te vinden. In Australië bijvoorbeeld werd het dier in de negentiende eeuw uitgezet voor de jacht. Dat leidde tot een enorme populatiegroei en ernstige schade aan het ecosysteem. In Europa daarentegen vormt het konijn een natuurlijk onderdeel van de fauna en is het zelfs een belangrijke prooi voor roofvogels en vossen. Hoewel de soort wijdverspreid is, verschillen aantallen sterk per gebied. Ziekten en veranderingen in het landschap hebben sommige populaties flink verkleind.
Voeding
Konijnen zijn echte planteneters. Hun dieet bestaat voornamelijk uit gras, kruiden, bladeren en schors. In de winter schakelen ze over op wat de natuur te bieden heeft, zoals wortels en bast. Hun spijsvertering is bijzonder efficiënt: ze eten hun voedsel twee keer. Eerst verteren ze het grof, daarna herkauwen ze speciale keutels om alsnog alle voedingsstoffen op te nemen. Deze eigenschap helpt ze overleven in gebieden waar voedsel schaars is.
Herkenning
Het konijn is gemakkelijk te herkennen aan zijn zachte vacht, lange oren en korte, pluizige staart. Een volwassen dier weegt gemiddeld anderhalve kilo en heeft een lengte van ongeveer veertig centimeter. Hun ogen staan breed uit elkaar, wat ze een uitstekend gezichtsveld geeft om gevaren op tijd te zien. De kleur van de vacht varieert van grijsbruin tot zandkleurig, afhankelijk van de omgeving. Dankzij hun sterke achterpoten kunnen konijnen snel vluchten zodra ze onraad ruiken.
Levenswijze
Konijnen leven in groepen en vertonen een duidelijke sociale hiërarchie. Binnen een kolonie heeft elk dier een vaste plek. De meeste activiteiten vinden plaats in de schemering, wanneer het licht gedempt is en roofdieren minder actief zijn. Overdag blijven ze vaak in hun burchten. Communicatie verloopt via lichaamstaal, geur en zachte klanken. Stampen met de achterpoten is hun alarmsignaal bij dreigend gevaar.
Voortplanting
De voortplanting van het konijn staat bekend om zijn snelheid. Een vrouwtje, de voedster, kan meerdere keren per jaar jongen krijgen. Na een draagtijd van ongeveer dertig dagen worden doorgaans vier tot zes jongen geboren. De kraamtijd speelt zich volledig ondergronds af, in een aparte nestkamer die zorgvuldig wordt bekleed met gras en plukjes vacht. De jongen openen na tien dagen hun ogen en verlaten rond de derde week het nest. Binnen enkele maanden zijn ze zelf volwassen.
Bedreigingen
Ondanks hun aanpassingsvermogen blijven konijnen kwetsbaar. Belangrijke bedreigingen zijn ziekten zoals myxomatose en RHD, die in korte tijd hele populaties kunnen decimeren. Ook versnippering van hun leefgebied door landbouw en bebouwing heeft invloed. Roofdieren zoals buizerds, vossen en hermelijnen maken eveneens veel slachtoffers. Toch herstelt de soort zich vaak snel dankzij het hoge voortplantingsritme en de flexibiliteit in gedrag.
Levensduur
In het wild worden konijnen zelden ouder dan vijf jaar. In beschermde omstandigheden, zoals bij hobbyfokkers of in opvangcentra, kunnen ze echter tien jaar halen. Hun levensverwachting hangt sterk af van voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid.
