Tip de redactie

De bever maakt zijn comeback in Europa

Herkomst

De bever is een van de oudste zoogdieren van Europa. Oorspronkelijk kwam hij voor in vrijwel heel Eurazië, van Frankrijk tot aan Oost-Siberië. In Nederland verdween het dier in de negentiende eeuw door intensieve jacht op zijn pels en geurklieren, die men gebruikte in parfums en medicijnen. Pas in de jaren tachtig werd het dier opnieuw uitgezet in de Biesbosch. Sindsdien groeit de populatie gestaag.

Verspreiding

De bever leeft tegenwoordig opnieuw in veel Europese landen. In Nederland, Duitsland, België en Polen komen stabiele populaties voor. Ook in Scandinavië en het westen van Rusland voelt de bever zich weer thuis. Buiten Europa leeft een verwante soort, de Canadese bever, in Noord-Amerika. Beide soorten lijken sterk op elkaar maar de Europese variant heeft een smallere staart en een ander chromosomenaantal.

Leefgebied

De bever kiest zijn woonplaats zorgvuldig. Hij leeft bij voorkeur in rustige rivieren, beken en meren met oevers vol wilgen, populieren en elzen. Daar bouwt hij zijn bekende burcht van takken, modder en plantenresten. De ingang ligt altijd onder water om vijanden buiten te houden. Als het waterpeil te laag is, legt de bever dammen aan om de omgeving op het juiste niveau te houden. Zo verandert hij het landschap in een moerassig paradijs waar talloze andere dieren van profiteren.

Voeding

De bever is een zuivere planteneter. Hij knaagt met zijn scherpe voortanden aan bast, twijgen en bladeren van loofbomen. In de zomer eet hij ook waterplanten en kruiden. Zijn tanden groeien zijn hele leven door, zodat hij zelfs harde stammen moeiteloos aankan. Met zorgvuldig werk stapelt hij geknaagde takken op tot voedselvoorraad voor de winter.

Leefwijze

Een beverfamilie bestaat uit een ouderpaar met jongen van één of twee jaar oud. De dieren zijn monogaam en blijven hun partner langdurig trouw. Ze zijn vooral actief in de schemering en ’s nachts. Overdag rusten ze in hun burcht. Hun aanwezigheid is te herkennen aan afgeknaagde bomen met een kegelvormige basis en gladde sporen in de modder langs de oever.

Kraamtijd

De paartijd van de bever loopt van januari tot maart. Na een draagtijd van iets meer dan drie maanden werpt het vrouwtje meestal twee tot vier jongen. Die blijven ongeveer twee jaar bij hun ouders voordat ze een eigen territorium zoeken. De jongen leren in die tijd zwemmen, knagen en dammen bouwen. In het voorjaar zijn jonge bevers soms buiten de burcht te zien, vlakbij het water.

Territorium

Bevers zijn uitgesproken territoriale dieren. Een familie bewaakt een gebied van enkele kilometers, afhankelijk van de voedselvoorraad. Ze markeren hun grenzen met een geurstof die ze afscheiden uit klieren bij de anus. Wanneer een indringer hun domein nadert, kan dat leiden tot felle gevechten. Dankzij die duidelijke afbakening blijven de populaties meestal goed verspreid over het landschap.

Bedreigingen

Hoewel het goed gaat met de bever, liggen er nog gevaren op de loer. Verkeersongelukken en watervervuiling eisen jaarlijks veel slachtoffers. Ook stromingen en droogte door klimaatverandering kunnen hun leefgebied onder druk zetten. In sommige regio’s veroorzaakt de bever schade aan landbouwgrond of infrastructuur, wat soms tot spanningen leidt tussen mens en dier.

Levensduur

In het wild wordt een bever gemiddeld tien tot vijftien jaar oud. In gevangenschap kunnen ze zelfs ouder dan twintig worden. Hun stevige bouw, dikke vacht en sterke staart maken hen uitstekend bestand tegen kou en water. Wanneer omstandigheden gunstig blijven, kan een familie generaties lang in hetzelfde gebied leven.

Herkenning

Een volwassen bever is makkelijk te herkennen. Hij is ongeveer één meter lang, met een brede platte staart en korte poten. Zijn vacht is dicht en glanzend bruin. Tijdens het zwemmen steekt alleen zijn kop boven water uit, met kleine oortjes en scherpe ogen. Wie stil langs een rivier loopt, hoort soms het kenmerkende plonsgeluid waarmee de bever waarschuwt voor gevaar.

Meer over

Net binnen