Herkomst
Het edelhert is een van de oudste en meest herkenbare zoogdieren van Europa. Al duizenden jaren bevolkt het uitgestrekte bossen en open velden. Archeologische vondsten tonen aan dat edelherten al in de ijstijd over het Europese continent zwierven. Toen het klimaat warmer werd, trokken ze naar gebieden met gemengd bos en grasland. In Nederland kwamen ze ooit in het hele land voor, maar door jacht en ontbossing verdwenen ze bijna volledig. Dankzij beschermingsmaatregelen en natuurherstel is het edelhert sinds de twintigste eeuw teruggekeerd, vooral op de Veluwe.
Verspreiding
Edelherten leven vandaag in grote delen van Europa, Azië en Noord-Afrika. Ze komen voor van Ierland tot West-Azië en van Scandinavië tot Noord-Afrika. In Nederland leeft het dier vooral in de Veluwe, de Oostvaardersplassen en het Weerterbos. In Centraal- en Oost-Europa zijn nog uitgestrekte populaties te vinden, vooral in landen als Polen, Duitsland en Roemenië. Buiten Europa werd het edelhert uitgezet in Nieuw-Zeeland en Argentinië, waar het zich goed heeft aangepast aan het nieuwe klimaat.
Voeding
Edelherten zijn echte planteneters. Hun dieet bestaat uit gras, bladeren, kruiden en jonge scheuten van bomen. In de herfst eten ze eikels, kastanjes en vruchten om zich voor te bereiden op de winter. Wanneer voedsel schaars wordt, kunnen ze ook schors of takken eten. Door hun gevarieerde dieet houden ze de vegetatie in evenwicht. In gebieden met veel landbouw kunnen ze schade veroorzaken aan gewassen, waardoor boeren soms maatregelen nemen om ze te weren.
Leefgebied
Het edelhert geeft de voorkeur aan afwisselend landschap. Dichte bossen bieden beschutting, terwijl open vlaktes ruimte geven om te grazen. Rivier- en moeraslanden vormen ook geschikte leefgebieden. In Nederland vinden ze vooral rust in natuurgebieden met beperkte menselijke verstoring. Ze leven in kuddes die bestaan uit vrouwtjes met jongen, terwijl mannetjes vaak solitair leven buiten de bronsttijd. De kuddes zijn voortdurend in beweging, op zoek naar voedsel en veiligheid.
Bedreigingen
Hoewel het edelhert in Europa niet meer met uitsterven wordt bedreigd, blijft het kwetsbaar. Verstedelijking en infrastructuur versnipperen het leefgebied. Verkeer vormt een groot risico voor aanrijdingen, vooral in gebieden waar wegen natuurgebieden doorsnijden. Stroperij en illegale jacht blijven een probleem in sommige landen. Klimaatverandering beïnvloedt eveneens de beschikbaarheid van voedsel en water, wat de populaties op termijn kan verstoren.
Leeftijd
Edelherten kunnen in het wild gemiddeld vijftien jaar oud worden. Sommige individuen halen zelfs twintig jaar als omstandigheden gunstig zijn. In gevangenschap leven ze meestal langer door de afwezigheid van roofdieren en regelmatige voedselvoorziening.
Kraamtijd
De paartijd, ook wel bronst genoemd, vindt plaats in september en oktober. In deze periode laten de mannetjes hun indrukwekkende burl horen om vrouwtjes te lokken en rivalen te imponeren. De draagtijd duurt ongeveer acht maanden. In mei of juni bevalt het vrouwtje van één kalf, dat de eerste weken verstopt in het gras ligt. Het kalf is lichtgevlekt om niet op te vallen tussen het gebladerte.
Uiterlijk
Een edelhert is goed te herkennen aan zijn slanke bouw en statige houding. Mannetjes dragen een groot vertakt gewei dat jaarlijks in februari of maart wordt afgeworpen en opnieuw aangroeit. Het gewei kan tot zestig centimeter breed worden en weegt soms meer dan tien kilo. De vacht is in de zomer roodbruin en in de winter grijziger van kleur. De witte spiegel op de achterzijde is een duidelijk herkenningspunt, vooral bij vluchtende dieren.
Leefwijze
Edelherten zijn vooral actief in de schemering en ’s nachts. Overdag rusten ze in dekking. Ze leven in sociale groepen en communiceren met geluid, geur en lichaamstaal. Mannetjes verdedigen hun territorium fel tijdens de bronst. Buiten die periode leven ze vreedzaam naast elkaar. Hun gedrag speelt een belangrijke rol in het ecosysteem: door grazen en schillen beïnvloeden ze de groei van planten en de structuur van het bos.
