De kip zoals we die kennen stamt af van het rode kamhoen, een wilde vogel die nog steeds voorkomt in Zuidoost-Azië. Dit oerhoen leeft vooral in dichte bossen van landen als India, Thailand en Indonesië. Archeologische vondsten tonen aan dat de kip meer dan achtduizend jaar geleden werd gedomesticeerd. Waarschijnlijk gebeurde dat eerst voor hanengevechten en later voor vlees en eieren. Van daaruit verspreidde het dier zich via handelsroutes naar Europa, Afrika en uiteindelijk de rest van de wereld.
Verspreiding
Tegenwoordig leeft de kip op vrijwel elk continent. Er bestaan honderden rassen, aangepast aan uiteenlopende klimaten en doeleinden. In Nederland vind je vooral legkippen en vleeskuikens, maar ook sierkippen die mensen als hobby houden. In Afrika en Zuid-Amerika scharrelen kippen vaak vrij rond in dorpen. In Azië leeft een groot deel van de wereldpopulatie, waar kip een belangrijk onderdeel vormt van voeding en cultuur.
Voeding
Kippen hebben een eenvoudig maar efficiënt dieet. Ze eten voornamelijk granen, zaden, insecten en groenvoer zoals gras of klavers. Een kip scharrelt de hele dag op zoek naar voedsel en helpt zo ook bij het bestrijden van insecten. In de veehouderij krijgen kippen een uitgebalanceerd voer met maïs, tarwe en soja om een constante aanvoer van eieren en vlees te garanderen. Drinkwater is even belangrijk, want kippen drogen snel uit.
Leefgebied
Van nature voelt de kip zich thuis in een omgeving met gras, struiken en beschutting tegen roofdieren. In het wild slapen kippen ’s nachts op lagere takken en zoeken ze overdag open plekken om voedsel te zoeken. Op boerderijen krijgen ze vaak een ren met zand, waar ze stofbaden nemen om parasieten te verwijderen. In commerciële houderijen verschillen de omstandigheden sterk, van ruime vrije-uitloopterreinen tot gesloten stallen.
Bedreigingen
Hoewel de kip wereldwijd talrijk is, kent de soort wel risico’s. Infectieziekten zoals vogelgriep kunnen zich razendsnel verspreiden en dwingen boeren tot ingrijpende maatregelen. Roofdieren zoals vossen, marters en roofvogels vormen een natuurlijk gevaar in buitengebieden. Daarnaast speelt dierenwelzijn een steeds grotere rol; veel mensen zetten zich in voor betere huisvesting en minder stress bij kippen.
Levensduur
Een kip kan in gunstige omstandigheden vijf tot tien jaar oud worden. Sierkippen en huisdieren behalen soms een hogere leeftijd door goede verzorging. In de commerciële sector worden vleeskuikens echter al na enkele weken geslacht en legkippen na ongeveer anderhalf jaar vervangen omdat hun eiproductie afneemt.
Kraamtijd
De broedperiode van een kip duurt gemiddeld drie weken. Tijdens die tijd verlaat het moederdier het nest vrijwel niet en keert het eieren met grote zorg. Zodra de kuikens uitkomen, leidt de hen ze naar voedsel en beschutting. Kuikens leren snel en kunnen na enkele dagen zelf graantjes pikken. Binnen enkele maanden groeien ze uit tot volwassen kippen.
Uiterlijk
Een kip herken je aan haar ronde lichaamsvorm, korte vleugels en opvallende kam op de kop. De kleur van veren varieert van wit tot diepbruin, afhankelijk van het ras. Hanen zijn vaak kleurrijker en dragen een grotere kam en sierlijke staartveren. De poten hebben scherpe nagels waarmee de dieren kunnen krabben in de grond op zoek naar voedsel.
Leefwijze
Kippen zijn sociale dieren die in groepen samenleven met een duidelijke rangorde, de pikorde. Binnen deze structuur bepalen dominante dieren de toegang tot voedsel en rustplekken. Kippen communiceren met zachte geluiden en waarschuwen elkaar bij gevaar. Met dagelijks ritme van scharrelen, rusten en poetsen vormen ze een levendig onderdeel van het erfleven.
Territorium
Elke groep kippen houdt een vast leefgebied aan. Ze herkennen hun omgeving goed en keren na het scharrelen altijd terug naar dezelfde slaapplaats. In ruime buitenrennen verdelen ze vanzelf plekken om te rusten of te stofbaden. Dit territoriale gedrag zorgt voor rust binnen de groep en voorkomt conflicten.

