De pauw is een van de meest herkenbare vogels ter wereld. Zijn oorsprong ligt in Zuid-Azië, waar het dier al duizenden jaren voorkomt. Vooral in India en Sri Lanka maakt de pauw deel uit van de natuurlijke fauna en de culturele symboliek. In het hindoeïsme wordt de pauw gezien als een heilig dier dat schoonheid, trots en waakzaamheid uitstraalt. Ook in andere delen van Azië, zoals Myanmar en Indonesië, leeft de soort onder beschermde omstandigheden. In Europa werd de pauw in de oudheid geïntroduceerd als siervogel door reizigers en handelaren. Sindsdien wordt hij vaak gehouden in parken, tuinen en dierentuinen vanwege zijn opvallende verschijning.
Verspreiding
De Indiase blauwe pauw is de bekendste soort en leeft in open bosgebieden, moessonwouden en landbouwstreken. De groene pauw uit Zuidoost-Azië komt voor in Myanmar, Cambodja en delen van Vietnam. Op het eiland Sri Lanka leeft een kleinere populatie van de blauwe pauw. In Afrika komt de Congo-pauw voor, een minder kleurrijke maar genetisch verwante soort. Door menselijk ingrijpen zijn pauwen inmiddels ook te vinden in Zuid-Europa, Australië en delen van Amerika, waar ze zich hebben aangepast aan warmere klimaten. In stedelijke parken vormen sommige populaties kleine, halfwilde groepen die zich vrij bewegen tussen mensen.
Voeding
De pauw is een alleseter. Hij eet zaden, insecten, kleine reptielen en jonge plantenscheuten. In landbouwgebieden zoekt hij vaak naar graanresten of kleine dieren die tussen het gewas leven. Met zijn scherpe snavel scharrelt hij over de grond op zoek naar voedsel. Ondanks zijn sierlijke uiterlijk is de pauw een praktische overlever. Hij kan dagenlang leven zonder direct water te drinken, omdat hij veel vocht uit zijn voedsel haalt. In tuinen en parken wordt hij vaak bijgevoerd met granen en fruit, waarmee hij zich makkelijk aanpast aan de mens.
Leefwijze
Pauwen leven in kleine groepen, meestal bestaande uit één mannetje en meerdere vrouwtjes. Het mannetje onderscheidt zich door zijn lange, kleurrijke staartveren met de bekende oogvlekken. Tijdens de balts spreidt hij deze veren als een waaier en trilt ermee om indruk te maken. De vrouwtjes beoordelen de vertoning op symmetrie en glans. Wie als man sterk en gezond overkomt, krijgt meer kans op nageslacht. Buiten het paarseizoen zijn pauwen alerter en schuw. Ze slapen graag op hoge takken om veilig te zijn voor roofdieren. Hun harde roep dient als waarschuwingssignaal en communicatiemiddel binnen de groep.
Bedreigingen
Hoewel de blauwe pauw officieel niet bedreigd is, staat de groene pauw op de rode lijst van bedreigde diersoorten. Ontbossing, jacht en landbouwuitbreiding vernauwen zijn leefgebied. In sommige regio’s worden pauwen nog steeds illegaal gevangen voor hun veren of vlees. Klimaatverandering beïnvloedt daarnaast hun voedselvoorziening en nestgedrag. Beschermingsprogramma’s in Azië richten zich op behoud van wouden en monitoring van wilde populaties. Dierentuinen spelen een rol in het voortplanten en uitzetten van nakomelingen in veilige gebieden.
Levenscyclus
Een pauw kan in het wild tien tot vijftien jaar oud worden. In gevangenschap bereiken sommige exemplaren zelfs twintig jaar. Het broedseizoen valt meestal samen met het regenseizoen. Het vrouwtje legt drie tot vijf eieren in een eenvoudige kuil op de grond en broedt ze ongeveer een maand uit. De kuikens zijn na een paar uur mobiel en volgen de moeder direct. Mannetjes ontwikkelen hun kenmerkende staartveren pas na twee tot drie jaar. Tot die tijd blijven ze minder opvallend, wat hun overlevingskans vergroot.
Herkenning
Een pauw herken je niet alleen aan zijn kleurenpracht, maar ook aan zijn trotse houding. De mannelijke veren waaieren uit in schitterende blauwgroene tinten met iriserend lichtspel. De snavel is kort en krachtig, de poten lang en stevig. Vrouwtjes hebben meer gedempte kleuren, vaak bruin en groen, zodat ze beter opgaan in hun omgeving. Deze natuurlijke camouflage is essentieel bij broeden en schuilen.

