Het varken is een sociaal dier op de boerderij

Het varken behoort tot de oudste huisdieren van de mens. Ongeveer negenduizend jaar geleden werd het voor het eerst getemd in Zuidoost-Azië en Europa. Wilde zwijnen, de voorouders van onze huidige varkens, leefden toen in bossen en moerassen. Door de eeuwen heen werden ze door mensen gehouden voor vlees, leer en vet. Hun aanpassingsvermogen zorgde ervoor dat ze zich snel verspreidden over verschillende continenten. Zo groeide het varken uit tot een onmisbaar dier in de landbouwgeschiedenis.

Verspreiding

Vandaag leeft het varken in bijna ieder land waar landbouw plaatsvindt. Grote populaties zijn te vinden in China, Europa en Noord-Amerika. Nederland behoort tot de grootste exporteurs van varkensvlees ter wereld. In warme streken zoals Afrika en Zuid-Amerika zie je eveneens veel varkens, vaak in kleinschalige landbouwsystemen. Wilde zwijnen komen in Europa nog steeds veel voor, vooral in bossen van Duitsland, Frankrijk en ook in sommige Nederlandse natuurgebieden.

Voeding

Een varken eet alles wat voedzaam is. Het is een alleseter met een krachtige neus waarmee het de grond omwoelt op zoek naar eten. Op de boerderij krijgt het graan, maïs en sojaschroot, aangevuld met groenteresten. In de natuur eet het wortels, noten, insecten, vruchten en af en toe kleine dieren. Varkens drinken veel water en hebben een uitstekend reukvermogen, waarmee ze zelfs truffels kunnen opsporen. Hun dieet is rijk en gevarieerd, wat bijdraagt aan hun snelle groei en sterke gezondheid.

Leefgebied

Van oorsprong leeft het varken in bosrijke gebieden met veel schuilplaatsen en modderpoelen. Modder helpt hen om hun lichaamstemperatuur te regelen, omdat ze niet kunnen zweten. Het houdt ook insecten en zonlicht van hun huid. Op de boerderij wonen varkens meestal in stallen met stro of rubberen vloeren. Sommige boeren bieden buitenuitloop, waar de dieren natuurlijk gedrag kunnen laten zien zoals wroeten en rollen. In de vrije natuur vormen groepen zwijnen een eigen sociale structuur met duidelijke regels.

Bedreigingen

In het wild bedreigen roofdieren zoals wolven en beren de zwijnenpopulatie. Op landbouwbedrijven spelen andere gevaren mee, zoals ziekten. Het Afrikaanse varkenspestvirus kan zich snel verspreiden en vormt wereldwijd een uitdaging voor veehouders. Ook klimaatverandering en de intensieve veehouderij hebben invloed op hun leefkwaliteit. Tegelijk worden steeds meer initiatieven ontwikkeld die het welzijn van varkens verbeteren, bijvoorbeeld door ruimere verblijven en diervriendelijkere fokmethoden.

Levensduur

Een varken kan in natuurlijke omstandigheden vijftien tot twintig jaar oud worden. Op boerderijen worden ze vaak veel jonger geslacht, afhankelijk van hun bestemming. Fokvrouwen, de zeugen, leven langer omdat zij meerdere keren jongen krijgen. Hun gezondheid en verzorging bepalen sterk hoe oud ze uiteindelijk worden.

Kraamtijd

De draagtijd van een zeug duurt gemiddeld drie maanden, drie weken en drie dagen. Een worp bestaat meestal uit tien tot twaalf biggen. Na de geboorte blijven de jongen enkele weken bij hun moeder om te zogen en warmte te krijgen. Op moderne boerderijen gebeurt dit onder zorgvuldige temperatuurregeling en hygiëne. Biggen groeien snel en leren al vroeg te eten en te spelen. Die vroege socialisatie is belangrijk voor hun gedrag op latere leeftijd.

Herkenning

Een varken is makkelijk te herkennen aan zijn brede snuit, krulstaart en stevige lichaam. De huid varieert van roze tot zwart, afhankelijk van het ras. De ogen staan iets schuin en de oren zijn beweeglijk. Hun geluiden verschillen per situatie: een tevreden varken knort zacht, een onrustige gilt luid. Ze communiceren voortdurend met elkaar, wat wijst op hun hoge intelligentie.

Leefwijze

Varkens zijn sociale groepsdieren die leven in vaste verbanden. Ze houden van structuur en hebben ieder hun eigen plek binnen de groep. Hun nieuwsgierigheid maakt ze onderzoekend en speels. Op de boerderij zie je vaak dat ze aan elkaar snuffelen en samen rusten. Hun gedrag laat zien dat ze gevoelige en leergierige dieren zijn met een sterke onderlinge band.

Territorium

In het wild bewaken varkens hun leefgebied zorgvuldig tegen indringers. Ze markeren hun terrein met geursporen en blijven in de buurt van voedsel en water. Op de boerderij is hun territorium beperkt, maar ook daar kun je zien dat ze vaste looproutes volgen. Hun instinct om de omgeving te verkennen blijft altijd aanwezig, of ze nu in het bos of in de stal wonen.

Meer over

Net binnen